Menu:
deel deze site op:

Solidariteitsprojecten van, voor en met blinde en slechtziende mensen.

deel dit artikel op:

HOE WERKT EEN WITTE STOK?

U kan de foto vergroten via een muisklik of via de entertoets.

In 1568 schilderde Pieter Brueghel al blinde mensen die met een stok liepen. Je zou dus denken dat zo’n stok niet meer van deze tijd is. Maar ook al hebben we vandaag veel technologie, toch blijft een witte stok onmisbaar als je blind of zwaar slechtziend bent.

Waarom gebruiken blinde en zwaar slechtziende mensen een witte stok?

  • Om de anderen te tonen dat ze blind of slechtziend zijn.
  • Om ermee te tasten, te voelen. Zo vinden ze hun weg en ontdekken ze op tijd hindernissen.
  • Omdat ook de klank van het getik hen veel zegt over waar ze zijn.

Welke soorten witte stokken zijn er?

Er zijn drie soorten stokken voor blinde en slechtziende mensen:

De herkenningsstok of signaalstok

Een herkenningsstok is kort en je kunt hem opvouwen. Hij dient vooral om andere mensen te tonen dat je slechtziend of blind bent, en dus kwetsbaar in het verkeer. Aan het zebrapad bijvoorbeeld moet alle verkeer stoppen als een blinde of slechtziende persoon zijn stok toont: hij wil dan oversteken. Aan een bushalte stopt de bus als er een blinde of slechtziende persoon staat die zijn stok duidelijk toont.

De taststok

Een taststok is langer (ideale lengte: tot aan het borstbeen). Meestal kun je hem ook opvouwen. Door hem als een soort voelspriet voor je uit te zwaaien en op de grond te tikken, kun je hindernissen ontdekken, zoals paaltjes, drempels, reclameborden en fietsen. Hij kan ook een ‘geleidelijn’ voelen. Dat is een lijn die je gemakkelijk met een stok kunt volgen: een muur, speciale ribbeltegels, de kant van een grasveld… Zo blijft de blinde of slechtziende persoon op de juiste weg. De klank van het tikken zegt ook iets. In een smal straatje klinkt het getik van de stok bijvoorbeeld heel anders dan op een brede weg.

In ‘Op stap als blinde of slechtziende’ lees je meer over geleidelijnen en ribbeltegels.

Probeer eens een plein (zoals de speelplaats) over te steken met een witte stok, zonder een muur te volgen. En probeer het daarna eens door wél een muur te volgen. Wat lukt het best?

Natuurlijk staan er op het voetpad best geen dingen in de weg, zoals een verkeersbord met een scherpe rand, een put met alleen een lintje eromheen...  Een blinde of slechtziende zou er zich pijn aan kunnen doen. Maar iets wat altijd op dezelfde plaats blijft staan, zoals een bloembak of een verlichtingspaal, kan je helpen om te weten waar je bent. Ook de boord van het voetpad is belangrijk: als alles even plat is, kan een blinde persoon de straat op lopen zonder dat hij het weet.

De steunstok

De steunstok is er vooral voor oudere slechtzienden. Zij gebruiken hem als steun om niet te vallen, maar ook om te tonen dat ze slecht zien. Ze gebruiken die stok niet als voelspriet.

Mag iedereen op straat een witte stok gebruiken?

Nee, dat mag niet. Je moet een visuele handicap hebben van minstens 60 procent. Dit betekent dat je ten hoogste 40 procent ziet van wat een goed ziende persoon ziet, ook al draag je een bril of lenzen. De oogarts bepaalt hoe slecht je ziet en geeft je een attest. Hij kan ook uitzonderingen maken. Sommige mensen zien bijvoorbeeld overdag goed, maar zijn ‘nachtblind’: als het donker wordt, zien ze niets meer. De oogarts kan hen een attest geven om in het donker een witte stok te gebruiken.

Hoe gebruik je een witte stok?

Om met een witte taststok te wandelen, houd je de stok naar voor in je rechterhand (of je linker als je linkshandig bent). Wind het touwtje niet rond je pols! Ontspan je schouder, elleboog en pols. Houd de stok rechts naast je lichaam en breng je linkervoet naar voor. Zwaai de stok dan naar links terwijl je je rechtervoet naar voor brengt. De stap en de zwaaibeweging moeten gelijktijdig gebeuren. Breng nu je linkervoet naar voor terwijl je de stok naar rechts zwaait. En zo ga je verder. De zwaaibeweging doe je met de pols. Zwaai de stok niet te hoog en ook niet te breed: de breedte van je lichaam is voldoende.

Hoe reizen blinde en slechtziende mensen?

Ze reizen heel vaak met het openbaar vervoer. In ons land kan dat gratis. Ze hebben een speciale kaart, die ze op aanvraag moeten tonen aan de chauffeur of de kaartjesknipper. Maar vaak is het genoeg dat ze even hun witte stok tevoorschijn halen. Er bestaat ook een begeleiderskaart, om gratis iemand mee te nemen.

En als ze alleen reizen? Ze verwittigen het station waar ze vertrekken. Dan brengt een spoorwegbediende hen naar de juiste trein. Het station waar de blinde persoon naartoe moet, krijgt ook een telefoontje, zodat daar iemand klaarstaat om de blinde reiziger naar de uitgang te begeleiden. Want ook met een witte stok blijft een treinstation moeilijk en gevaarlijk.

Als iemand met een witte stok je op het perron of in de trein uitleg of hulp vraagt, vraag dan even hoe je kan helpen. Maar dring je hulp ook niet op, want sommige blinden hebben heel veel ervaring en voelen zich het veiligst als ze alles zelf doen.

Wat moeten autobestuurders, motorrijders en fietsers doen als ze iemand met een witte stok zien?

Zij moeten blinden en slechtzienden altijd ongehinderd laten passeren. Dat staat in de wegcode, het is dus verplicht. Maar het is nog te weinig bekend. Natuurlijk moet de blinde of slechtziende persoon dan wel zijn witte stok gebruiken en moet hij zelf ook voldoende voorzichtig zijn.

De meeste witte stokken zijn reflecterend, om ook in het donker of bij slecht weer zichtbaar te zijn.

Meer weten?

Wist je dat er een blinde of slechtziende persoon naar je klas kan komen? Dan leer je nog veel meer en kun je vragen stellen. Vraag meer informatie over een klasbezoek, workshop of inleefactiviteit: tel. 0473 95 18 99, vorming@lichtenliefde.be.

© Blindenzorg Licht en Liefde 2014