-
Bij wet is vastgelegd dat elke weg voor voetgangerverkeer een obstakelvrije loopweg heeft van minstens 1 meter breed en 2,10 meter hoog.
-
Indien de weg breder is dan 2 meter dient er minimaal een obstakelvrije zone te zijn van 1,50 meter.
-
Niet alleen de obstakelvrije zone is belangrijk, daaraan gekoppeld heb je een gids- of geleidelijn. Deze bevordert de zelfstandige bereikbaarheid van voorzieningen.
-
Indien er toch objecten op de loopweg voorkomen, zorg er dan voor dat de randen onder het object zijn of dat het object met de voet voelbaar is of dat het object tot op de grond doorloopt omdat een persoon met een visuele beperking de grond aftast met de witte stok.