Natuurlijke oriëntatiepunten
1. Auditieve elementen
1.1. Planten
- Neem bijvoorbeeld ritselende beplanting en het geluid van water, deze kunnen een belangrijk oriëntatie- en herkenningspunt voor blinde en slechtziende personen vormen. Een goed voorbeeld van ritselende beplanting is bamboe.
- Je kan er ook voor zorgen dat er planten geplaatst worden waar veel insecten op afgaan. Zo bekom je bijvoorbeeld het gezoem van de bij. Let hierbij wel op dat niet iedereen hier zo happig op is. Het zou dus beter zijn deze planten op de kleine paden te plaatsen.
1.2. Natuurlijke elementen
- Door aanwezigheid van de wind zullen vele geluiden tot leven komen. Zo zal onder meer de blinde persoon de bomen in zijn omgeving beter gewaar worden.
- Wanneer het regent krijgen blinde en slechtziende personen ook meer informatie over de contouren van voorwerpen. Dit komt door de weerkaatsing van het geluid. Ook bij obstakels, reliëfs en onderbrekingen kunnen zij een verschillende echo waarnemen.
- Anderzijds, bij het ontbreken van wind en regen zijn deze elementen negatief. Ook sneeuw zorgt voor verminderde info.
1.3. Overaanbod
- Zorg ervoor dat storende geluiden van de omgeving gefilterd worden.
- Denk eraan dat een overaanbod ook verwarring schept.
2. Tactiele elementen
|
 | 2.1. Plantenverhoogde plantenbakverhoogde plantenbak - Het is goed planten in verhoogde plantenbakken te plaatsen, zo kan je ze betasten en kan de bak ook als gidslijn gebruikt worden.
- Door planten te betasten kan je veel informatie verkrijgen. Dit kan door aan de schors, de stengel of het blad te voelen.
|
2.2. Kunstwerken - Voor blinde personen is het betasten van kunstwerken een pluspunt. Daarom moet je zorgen dat zij ook geplaatst worden binnen de tastbare zone.
- Indien het kunstwerk op zich te groot is, is het interessant een tastbaar schaalmodel te maken.
- Zorg hierbij wel voor extra informatie (zie ook: bijlage 1).
|
3. Geurende elementen
3.1. Planten
Planten met een specifieke geur kunnen een oriëntatiepunt vormen voor blinden en slechtzienden. Zo kunnen zij zich bijvoorbeeld oriënteren op lavendel.
Zorg er wel voor dat je geurende planten niet te dicht bij elkaar plaatst want dan zullen de geuren in elkaar overvloeien en gaat het nut verloren.
3.2. Vuilbakken
Vuilbakken kunnen zorgen voor geurhinder, maar kunnen de mensen hierdoor ook aangeven waar ze zich juist bevinden.
3.3. Dieren
Bepaalde dieren scheiden een kenmerkende geur af. Ook door het onderhoud van kooien en dergelijke kunnen er geuren vrijkomen. Dit brengt met zich mee dat het ook een extra oriëntatiepunt kan vormen.
Een dier is niet enkel interessant voor zijn geur ook het geluid dat hij voortbrengt kan extra informatie verschaffen.