Niveauverschillen

1. Liften

1.1. Toegangsweg

  • Voorzie een obstakelvrije, contrasterende zone van minimum 1,50 op 1,50 meter voor de lift.
  • Indien er meerder liften zijn, stel je ze best op dezelfde plaats op; dit kan tijd besparen voor de mensen, en het is ook makkelijker aan te duiden.

1.2. Afmetingen

  • Bij het opengaan van de deuren mag er geen niveauverschil zijn tussen de lift en de grond.
  • Er wordt een contrasterende leuning, met een diameter van 3,5 centimeter voorzien in de lift op een hoogte van 90 centimeter en op 4,5 centimeter van de muur.

1.3. Bedieningspaneel

  • Zorg voor voldoende grote, contrasterende druktoetsen met brailleopschriften en in reliëfdruk (niet gegraveerd).
  • Pijltjes lichten op bij aanvraag van de lift.
  • Knoppen buiten de lift worden op een hoogte tussen 90 centimeter en 1,20 meter naast de liftdeur geplaatst.
  • Knoppen in de lift staan op een hoogte tussen 90 centimeter en 1,20 meter langs beide kanten.
  • Maak het bedieningspaneel uniform.

1.4. Andere prikkels

  • Er is een auditieve vermelding op elke verdieping.
  • Als de lift opgeroepen wordt, dient er een geluidssignaal te zijn.
  • Plaats aan de drie binnenzijden van de lift een leuning, waaraan de mensen zich kunnen vasthouden.
  • Indien er een spiegel is:
    • plaats deze niet centraal over de hele lengte,
    • plaats hem wel in een hoek, over een gedeelte van de lengte.

Contrasterende liftdeuren ten opzichte van de omgeving

1.5. Contrasten

  • De liftdeur heeft een contrasterende kleur ten opzichte van de omgeving.
  • De alarmknoppen contrasteren ook duidelijk, en hebben een voelbare legende. De informatiesystemen worden boven de ooghoogte geplaatst, zijn vergroot (5 tot 6 maal) en worden in de gepaste kleurcombinatie aangebracht.
  • De binnenwanden mogen niet reflecteren; de vloer is mat.
  • Breng voor een duidelijke structuur van de lift: wanden, vloer en plafond in een verschillende kleur aan.

1.6. Verlichting

  • Zorg voor extra verlichting aan de ingang van de lift.
  • In de lift heb je best verlichting van ongeveer 200 lux.
  • Het licht is egaal verspreid en mag niet verblinden; eventueel kan er extra taakverlichting zijn voor de bedieningsknoppen.


2. Trappen

  • Gebruik zoveel mogelijk rechte trappen, draaitrappen werken desoriënterend.
  • Op plaatsen waar je dan toch van richting verandert, wordt best een tussenbordes voorzien.

2.1. Afmetingen

  • De treden zijn:
    • gesloten,
    • groot genoeg zodat men de volledige voet kan plaatsen,
    • allemaal aangebracht in gelijke afmetingen:
      • aantrede: niet minder dan 2,8c centimeter,
      • optrede: niet minder dan 1,5 centimeter,
    • vlak, maar mogen niet glad zijn.
  • Zorg ervoor dat de trap recht is, en dat de helling niet te stijl is.
Contrasterende kleurstroken bij aanvang van elke trede


2.2. Waarschuwingsmarkering

  • Breng contrasterende kleurstroken aan bij de aanvang van elke trede.
  • Voor een gewone trede is een minimum breedte van 2 centimeter vereist.
  • Voor de eerste en de laatste trede eist men een breedte van 5 tot 7,5 centimeter.
  • Breng voor de eerste of laatste trede van de trap noppentegels aan op een afstand van 60 centimeter over de hele breedte van de trap.
  • Indien je onder de trap kan doorlopen dien je de onderzijde van de trap te beveiligen zodat mensen hun hoofd niet kunnen stoten zodat de visueel gehandicapte zich niet aan de trap kan stoten met zijn hoofd.

2.3. Verlichting

  • Gebruik extra neonverlichting onder de leuning, zodat de treden extra duidelijk verlicht worden.
  • In plaats van extra neonverlichting onder de leuning kan men ook verzonken verlichting naast elke trede plaatsen.
  • Het best is continue verlichting van 150 tot 200 lux.
  • Gebruik zonwering aan het begin en het einde van een trap; dit voorkomt verblinding.
Trap met goed contrasterende leuning en noppentegels


2.4. Leuning

  • De leuning heeft een contrasterende kleur en is doorlopend over gans de trap.
  • Beneden en boven loopt de leuning door tot 30 à 40 centimeter voorbij de eerste en laatste trede.
  • De leuning is goed grijpbaar (diameter van 45 à 50 millimeter) en voldoende verwijderd van de wand.
  • De leuning heeft horizontale baren tussen het trapniveau en de leuning, evenwijdig met de leuning, op verschillende hoogtes; dit impliceert een grotere veiligheid en geruststelling. Het zorgt er ook voor dat de stok niet plots onder de leuning wegglipt.
Veiligheidshekje aan een trap


2.5. Veiligheidshekje

  • Plaats het hekje ter hoogte van het middel van de persoon, en ter hoogte van de handgreep.
  • Het hekje neemt de totale breedte van de trap in.
  • Het is stevig en contrasterend met de treden en de muur.
  • Wanneer de persoon wil afdalen trekt hij het naar zich toe.

2.6. Niveauaanduiding

  • Als de trap buiten is, breng dan een geleiding aan naar het begin en het einde van de trap, zo krijgt de persoon voldoende informatie over waar hij zich juist bevindt.
  • Als de trap binnen is, breng een waarschuwingsmarkering aan.
  • Op elke verdieping moet op de leuning het verdiep aangeduid zijn in braille cijfers.
  • Ook etagenummering staat in grootdruk op elke verdieping ter hoogte van de platforms op ooghoogte.


3. Roltrap

3.1. Verlichting

3.2. Let op



4. Hellend vlak


Hellend vlak met v-vormig teken


4.1. Vergelijken met trap

  • Een hellend vlak is veiliger dan een trap, als de overgang niet te plots verloopt.
  • De helling is niet-reflecterend, goed bevestigd en bevat slipvrij materiaal.
  • Op de helling is er een contrasterend V-vormig teken, waarvan de punt bovenaan de helling komt te staan.