3.1. Wanden, plafonds en vloeren - Zorg ervoor dat de kleur van de muur verschillend is van die van de vloer, en dat hij ermee contrasteert, anders heeft de slechtziende persoon de indruk zich in een eindeloze gang te bevinden.
- Door rekening te houden met voldoende contrast kan je het gemis aan structuur dat visueel gehandicapte personen ervaren al grotendeels opvangen.
- Plafonds kunnen best lichter zijn, vloeren mogen donkerder zijn.
- Let erop dat als de vloerbekleding doorloopt op de muur dit voor slechtziende mensen een vertekend beeld geeft (qua vorm en grootte) van de ruimte.
3.2. Lichtinval en ramen - Verlichting wordt gelijkmatig verdeeld, er is dan ook voldoende licht (min 500 lux). De verlichting is continu en de lichtbron is goed afgeschermd.
- Plaats de lichtbronnen diagonaal tegenover elkaar, zo bekom je overal gelijke en voldoende, verlichting.
- Ramen worden best noordwaarts gericht en voorzien van zonwering om invallend zonlicht te vermijden.
|
 | 3.3. Gidslijntegels - Een hoek bouw je best in 90° op.
- Maak korte gangen, zodat er regelmatig een heroriënteringpunt is.
- Gebruik leuningen die:
- ononderbroken (behalve aan de deuren) zijn,
- afgerond zijn en geen scherpe hoeken vormen, zodat niemand er zich aan zou kunnen verwonden,
- degelijk aan de muur bevestigd worden,
- op de gepaste hoogte (min 90 centimeter tot maximaal 1,10 meter) aangebracht zijn,
- van materiaal dat aangenaam aanvoelt (zoals hout) vervaardigd zijn,
- in een contrasterende kleur afgewerkt zijn.
- Gebruik verschillende als oriëntatiepunt of herkenningspunt:
- en let op de kleurverschillen in de tegels ter markering van een verandering,
- om een verandering aan te duiden: door gebruik te maken van het materiaal waaruit de tegel vervaardigd is.
- Obstakels, zoals bloembakken, zitbanken, vuilnisbakken, uitstekende brandkasten, openstaande deuren,... moeten vermeden worden langs de te volgen gidslijn.
|
3.4. Keuze wandelementen - Er is steeds een minimum doorgang van 1,10 meter voorzien, maar dan kunnen twee mensen elkaar onmogelijk kruisen.
- Indien het meubilair niet tot op de grond komt:
- en begint op minder dan 30 centimeter boven de grond; vormt dit geen probleem,
- maar begint het hoger dan 30 centimeter boven de grond; plaats dan een extra verhoog te beginnen vanaf de grond. Dit verhoog mag maximaal 10 centimeter onder de kast wegsteken.
- Telefooncellen, verwarmingstoestellen, brandkasten kan men best inbouwen of laten doorlopen tot op de grond.
|