Gelijkvloers

1. Verlichting

  • Gebruik gelijkmatige verlichting en dimmers.
  • Voorkom verblinding en gebruik daarom ook een goede zonwering.
  • Voorkom ook verwarrende reflecties en schaduwen.
  • Verf raamkozijnen en muren in lichte kleuren, dit geeft een groter lichtrendement.

1.1. Natuurlijk licht

  • Gebruik zoveel mogelijk natuurlijk licht.
  • Het beste is het licht aan de noordzijde, want dat veroorzaakt geen verblinding.
  • Vermijd direct licht.
  • Voorzie de ramen van een goede zonwering, zo kunnen slechtzienden de intensiteit van het licht regelen.
  • Voorkom reflectie op de vloer via grote ramen. Door die reflectie ontstaat er schaduw op de vloer die verwarring geeft.
  • Plaats ramen tot op de grond zodat er zoveel mogelijk natuurlijk licht in de ruimte binnenkomt.

1.2. Kunstlicht

De keuze van het kunstlicht is zeer belangrijk. Het meest geschikte licht is datgene dat lijkt op daglicht.

Basisverlichting

Basisverlichting:

  • Zorg voor gelijkmatige verlichting van de hele ruimte (meestal van het plafond).
  • Het vervangt het natuurlijke licht en is bedoeld om zich te kunnen oriënteren en obstakels te vermijden.
Accentverlichting door middel van spot
Accentverlichting:
  • Wordt gebruikt als versterking van de basisverlichting met als doel het accent te leggen op een bepaald deel van de ruimte.
  • Deze verlichting kan variëren van een smalle lichtstraal tot een brede lichtbundel.
Bureaulamp voor werkplekverlichting
Werkplekverlichting:
  • Hierbij is een minimum van 1000 lux op tafelhoogte vereist, de hoeveelheid lux is wel afhankelijk van de taak die je moet uitvoeren. Er bestaan minimumwaarden naargelang de taaktypes.
  • Vermijd hiervoor een wit of chroom tafelblad zodat er geen weerkaatsing van het licht is.
  • Let wel op de beweeglijkheid van de armaturen zodat ieder het aan zijn behoeften kan aanpassen. Ook de kleurweergave van de lichtbron is zeer belangrijk.

Informatie- en oriëntatieverlichting:
  • Wordt voornamelijk gebruikt om de aandacht te vestigen op informatie die belangrijk is voor de veiligheid en het comfort. Het wordt ook gebruikt op plaatsen die volkomen donker zijn zoals een traphal, een garage of een lift.
  • Er wordt minstens 300 lux op de vloer vereist.


2. Receptie


Afgeronde balie

  • Deze is goed vindbaar, mag geen reflecterende elementen bevatten, is in contrast gemonteerd en mag geen tegenlicht bevatten.
  • De receptie is best logisch geplaatst ten opzichte van de ingang en er wordt een gidslijn aangelegd van de toegangsdeur naar de receptie.
  • De kleur van de balie contrasteert met de omgeving.
  • De balie is veilig afgerond als meubel (zonder uitstekende elementen)


2.1. Informatie

Informatieverstrekking gebeurt onder andere aan de balie (zie toegankelijke informatie).

2.2. Lichtinval

  • Zorg ervoor dat er geen onmiddellijk natuurlijk licht op de ogen valt.
  • Basisverlichting zorgt ervoor dat de hele ruimte gelijkmatige verlicht wordt.
  • Combineer werkverlichting met de bestaande basisverlichting zodat formulieren goed ingevuld kunnen worden.
    Scherm de lichtbron af, of dirigeer hem goed, zodat men geen hinderlijk licht heeft.


3. Gang

3.1. Wanden, plafonds en vloeren

  • Zorg ervoor dat de kleur van de muur verschillend is van die van de vloer, en dat hij ermee contrasteert, anders heeft de slechtziende persoon de indruk zich in een eindeloze gang te bevinden.
  • Door rekening te houden met voldoende contrast kan je het gemis aan structuur dat visueel gehandicapte personen ervaren al grotendeels opvangen.
  • Plafonds kunnen best lichter zijn, vloeren mogen donkerder zijn.
  • Let erop dat als de vloerbekleding doorloopt op de muur dit voor slechtziende mensen een vertekend beeld geeft (qua vorm en grootte) van de ruimte.

3.2. Lichtinval en ramen

  • Verlichting wordt gelijkmatig verdeeld, er is dan ook voldoende licht (min 500 lux). De verlichting is continu en de lichtbron is goed afgeschermd.
  • Plaats de lichtbronnen diagonaal tegenover elkaar, zo bekom je overal gelijke en voldoende, verlichting.
  • Ramen worden best noordwaarts gericht en voorzien van zonwering om invallend zonlicht te vermijden.
Tegels gebruikt als gislijn in een gang

3.3. Gidslijntegels

  • Een hoek bouw je best in 90° op.
  • Maak korte gangen, zodat er regelmatig een heroriënteringpunt is.
  • Gebruik leuningen die:
    • ononderbroken (behalve aan de deuren) zijn,
    • afgerond zijn en geen scherpe hoeken vormen, zodat niemand er zich aan zou kunnen verwonden,
    • degelijk aan de muur bevestigd worden,
    • op de gepaste hoogte (min 90 centimeter tot maximaal 1,10 meter) aangebracht zijn,
    • van materiaal dat aangenaam aanvoelt (zoals hout) vervaardigd zijn,
    • in een contrasterende kleur afgewerkt zijn.
  • Gebruik verschillende als oriëntatiepunt of herkenningspunt:
    • en let op de kleurverschillen in de tegels ter markering van een verandering,
    • om een verandering aan te duiden: door gebruik te maken van het materiaal waaruit de tegel vervaardigd is.
  • Obstakels, zoals bloembakken, zitbanken, vuilnisbakken, uitstekende brandkasten, openstaande deuren,... moeten vermeden worden langs de te volgen gidslijn.

3.4. Keuze wandelementen

  • Er is steeds een minimum doorgang van 1,10 meter voorzien, maar dan kunnen twee mensen elkaar onmogelijk kruisen.
  • Indien het meubilair niet tot op de grond komt:
    • en begint op minder dan 30 centimeter boven de grond; vormt dit geen probleem,
    • maar begint het hoger dan 30 centimeter boven de grond; plaats dan een extra verhoog te beginnen vanaf de grond. Dit verhoog mag maximaal 10 centimeter onder de kast wegsteken.
  • Telefooncellen, verwarmingstoestellen, brandkasten kan men best inbouwen of laten doorlopen tot op de grond.


4. Binnendeur (zie ook deur)

Opmerkingen:



5. Kamer

5.1. Contrasten

  • Gebruik geen tapijten of vloerbekleding met drukke en afleidende patronen.
  • Het meubilair is contrasterend met de wanden en de vloer.

5.2. Glans of mat

  • Glanzende oppervlakken en gebruik van hoogglansverf kan best vermeden worden om reflectie te voorkomen.

5.3. Structuur

  • Er wordt best een obstakelzone in een kamer voorzien, hierin kunnen dan vuilnisemmers, banken of bloembakken staan.
  • Gebruik meubilair met afgeronde hoeken, zodat men zich niet kan verwonden.
  • Kasten zijn best kamerhoog (best niet tot op kniehoogte) en ingebouwd, zelfs de handvaten mogen niet te ver uitsteken, omwille van kledij die er zou kunne blijven achtersteken.
  • De kastdeuren zijn zelfsluitend of het zijn schuifdeuren om te voorkomen dat men tegen halfopenstaande deuren loopt.
  • Gebruik geen spiegels zonder attributen, dit geeft een vertekend beeld voor de slechtziende persoon, ze denken dat de ruimte doorloopt.
Lichtschakelaar met ingbouwde lampzie deurOpmerkingen:    * Pictogrammen zijn goed, maar zorg ervoor dat ze           o op ooghoogte geplaatst zijn.          o voldoende zichtbaar zijn.          o in een contrasterende kleur zijn aangebracht.    * Plaats pictogrammen niet op de deur zelf; als deze openstaat merkt men het pictogram niet op; plaats hem wel op de muur ernaast, op 50-75mm van het deurkozijn.

5.4. Lichtschakelaars en stopcontacten

  • Lichtschakelaars en stopcontacten worden uniform geplaatst.
  • Schakelaars en stopcontacten staan op dezelfde hoogte.
  • Lichtschakelaars kunnen in contrasterende kleuren geplaatst worden.
  • Bouw een lampje in de schakelaar in zodat het makkelijker terug te vinden is.
  • Dimmers zijn goed om de verlichting aan de noden van elke persoon aan te passen.


6. Sanitair

6.1. Bewegwijzering

  • Sanitair vind je op een logische plaats in het gebouw.
  • Maak een duidelijk onderscheid tussen de dames- en herentoiletten met behulp van duidelijk contrasterende pictogrammen en van braille.
Rood-wit sluitmechanisme toilet

Kraan in chroom

6.2. Contrast en verlichting

  • Zorg voor een contrasterende inrichting (deuren, deurklink,…)
  • Let op het sluitmechanisme: rood-groen is niet herkenbaar voor mensen die kleurblind zijn; beter is de combinatie rood/wit.
  • Contrast tussen de bril en de pot, de kraanknop en de kraan is nodig.
  • Er wordt een minimum verlichting van 400 lux verwacht.
  • Vermijd chroom voor kranen en kraanknoppen omwille van de hinderlijke schittering.
  • Donkere toiletpotten zijn te vermijden omwille van de hygiëne.


6.3. Opbouw

  • Hou er rekening mee dat het sanitair voldoende ruim is voor mensen begeleid door geleide honden.
  • Breng contrasterende afscheidingspanelen aan tussen de urinoirs; lavabo’s staan best in een tafelblad. Zowel de panelen als het tafelblad helpen om het onderscheid te maken tussen urinoirs en lavabo's.

6.4. Uniformiteit van gebruiksattributen

  • Toiletpapier staat liefst rechts van de toiletpot in een vaste houder.
  • Om het toilet door te spoelen is dit bij voorkeur met een druktoets of een trekker op het waterreservoir of tegen de muur.
  • Plaats water, zeep en handendroger liefst tegenover het sanitair.
  • De verschillende systemen (kranen, spoelsystemen, deursloten,...) zijn eenvoudig qua bediening.