Menu:
deel deze site op:

Solidariteitsprojecten van, voor en met blinden en slechtzienden:
diensten op maat voor mensen met een visuele handicap

Nieuws en events

Zoeken

Blijf op de hoogte

Toegang voor medewerkers

Geef aub uw login en wachtwoord op:

Beveiligde pagina's

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Praesent vehicula egestas porttitor. Morbi accumsan justo quis purus viverra, nec congue est maximus.

deel dit artikel op:

Interview met NOËL DE BACKER

Als u op een foto klikt, wordt ze groter.

De ‘Week van de Vrijwilliger’ duurt eigenlijk veertien dagen. En dat is echt wel nodig om zoveel fantastische mensen in de kijker te zetten. Sommige vrijwilligers zijn het hele jaar actief, bijna elke dag.

Zo iemand is Noël De Backer. Hij heeft één groot doel in zijn leven: mensen helpen. Onder meer VeBeS kan altijd op hem rekenen. We trokken naar het Oost-Vlaamse Berlare voor een babbel met Noël. Onze eerste, klassieke vraag was of hij zichzelf kort wou voorstellen…

“Ik ben 68 en gehuwd met Lucienne. We hebben samen vijf kinderen, die allemaal op hun pootjes zijn gevallen. Ik was eerst onderhoudsmecanicien en heb ook voor een Amerikaans bedrijf gewerkt. Toen kreeg ik de kans om praktijkleraar te worden in het technisch onderwijs. Dat ben ik dertig jaar gebleven, tot mijn 58ste. Ik werkte met beroepsleerlingen, de klasse die altijd opzij geduwd wordt. Ik heb heel fijne jongens ontmoet en gevolgd. Ook buiten school stak ik er heel wat tijd in. Ik gaf me helemaal.

Dan zijn de perikelen begonnen om de gevolgen van mijn aangeboren handicap gedeeltelijk recht te zetten. Ik ben geboren met een gespleten gehemelte. Toen ik een vals gebit nodig had, was mijn mond daar niet geschikt voor. Ik ontmoette mensen die mij naar een team van specialisten verwezen.

Voor operaties moet ik niet terugkomen: ik heb er al 28 gehad! Daar was ook een zware ingreep aan mijn rug bij en ik ben een stuk van mijn dikke darm kwijt. Sommige mondoperaties kostten een fortuin en ik kreeg niets terugbetaald. Maar zo is mijn uitspraak misschien wel vijftig procent verbeterd, adem ik veel gemakkelijker en kan ik nog altijd als vrijwilliger instaan voor heel veel taken.”

Je bent een echte duizendpoot, steeds voor anderen in de weer.

“Ja, ik heb altijd in de bres gestaan voor mensen in nood. Na ons huwelijk zijn we wel een jaartje weggevlucht uit Berlare, om eens tot rust te komen. We kwamen allebei uit de jeugdbeweging en iedereen wou ons direct engageren… Toen we terugkwamen, heb ik me al snel aangesloten bij de vrijwillige brandweer. Iedereen kon ook gewoon bij mij aankloppen voor hulp.

Elektriciteit was een beetje mijn hobby. Ik heb bij veel mensen leidingen gelegd, omdat ze dat niet konden betalen. Bij de brandweer volgde ik de cursus voor officier, om dan zes jaar het korps te leiden. Daarna ben ik van vandaag op morgen vertrokken: er waren perikelen en ik wou mezelf en mijn gezin niet kapotmaken.

Kerstmis 1989, Roemenië zat aan de grond. We begonnen hulpgoederen in te zamelen en kort na nieuwjaar ben ik vertrokken met een konvooi. Bij aankomst vroor het daar tot min 35 ‘s nachts. Het uitdelen van de goederen was heel emotioneel. We hadden onder meer vijfduizend liter gepasteuriseerde melk mee. Ik heb meisjes van achttien zien wenen, zo lang was het geleden dat ze nog in die mate melk hadden kunnen drinken.

Intussen was ik al heel lang chauffeur voor Licht en Liefde. In Berlare had ik Francine Vandersnickt leren kennen en er woonden nog meer personen met een visuele handicap in de omgeving. Ik ben hen beginnen begeleiden en vervoeren.

Ik rijd nu met een minibus, zodat ik tot zes personen kan meenemen. Ze weten dat ze op mij kunnen rekenen. Tegenwoordig ben ik wel een beetje gebonden, want we vangen drie kleinkinderen op van zondagtot vrijdagavond. Zo is de auto niet altijd vrij. Maar mijn vrouw en ik verstaan elkaar daarin. We proberen het zoveel mogelijk te regelen.

Als chauffeur kwam ik in Retie terecht, waar VeBeS op vakantie ging. Ik geraakte er niet weg, zo gehecht was ik aan bepaalde mensen. “Zou je geen begeleider willen zijn?” vroeg Lieve Vanparijs, de vakantieverantwoordelijke en een crème van een vrouw. Als leerkracht had ik tijd in de zomer en ik hield van de contacten. Dus heb ik dat gedaan.

De zeevakantie in Oostende, de bedevaart naar Banneux, het Alpenkamp in Stanzach: door mensen te begeleiden raakte ik overal bij betrokken. Zo heb ik heel veel beleefd. In Oostenrijk heb ik bijvoorbeeld ongelooflijke wandelingen gedaan met deelnemers. Omdat ik met iedereen om kon en erg flexibel was, werd ik op de duur ingezet als ‘vlinder’: ik sprong in waar nodig en hielp bij de organisatie.

Aan zee ga ik elke dag met mensen wandelen of tandemrijden. Sommigen willen dat op hun gemak doen, anderen stappen graag eens goed door. Geen probleem, ik pas me altijd aan. Er zijn dagen geweest dat ik zo drie tandemritten had plus nog een wandeling erbovenop.

In Retie was er een slechtziende man, zwaar suikerziek en met een moeilijke ademhaling. ‘Ik kan niet tandemrijden’, zei hij. ‘Als ik dat met mijn zoon probeer, ben ik altijd pompaf.’ ‘Vanavond rijden wij een klein toertje’, zei ik. We vertrokken en ik hoorde zijn ademhaling iets moeilijker worden. Dus vertraagde ik. ‘Wat doe jij nu?’ vroeg hij. ‘Ik let op je adem’, antwoordde ik. Hij kalmeerde en genoot. ‘Ik wou dat mijn zoon dat ook zo deed!’ zei hij. We maakten regelmatig ritjes en hij was gelukkig. Sommige dingen moeten niet heel groot zijn.

Als we in groep gaan wandelen, is mijn principe: ‘samen vertrekken, samen aankomen’. Als begeleider cijfer je je weg voor de mensen: het is hun vakantie.

Je beleeft van alles. In Retie hebben we zelfs een honderdjarige gevierd. Die man, Kamiel De Petter, ging nog altijd mee op vakantie. Hij sliep telkens bij mij: in Retie, aan zee en in Banneux. Elke ochtend deed hij buiten gymnastiek. Als hij erbij was op een uitstap, pasten we ons tempo aan. Op een keer zei Kamiel opeens: ‘Wat is dat toch voor een slakkengangetje? We gaan dat eens veranderen.’ Hij gaf zijn begeleidster een arm en zette er een fikse kadans in, met veel zwier. Dat hield hij natuurlijk maar honderdvijftig meter vol, maar het gaf ons zoveel voldoening.

De dag dat we zijn eeuwfeest vierden, had ik mijn pitteleer aan, een wit hemd en een strik. Kamiel droeg een bolhoed. Iedereen zong voor hem in de refter, ook de mensen die niet van onze groep waren. ’s Avonds dansten we en Kamiel deed mee. Daarna wou hij nog iets speciaals demonstreren: pompen. Ik moest naast hem staan, om te helpen als het nodig was. Drie keer zakte hij door zijn armen en pompte zich weer recht! Om halfelf ging hij slapen. Iedereen werd stil. Opeens draaide Kamiel zich om. ‘Jamaar,’ zei hij, ‘’t is niet omdat ik ga slapen dat jullie al moeten stoppen met dansen!’

Zo kan ik blijven vertellen. Je maakt zoveel mee met die mensen. Ik zou niet zonder kunnen leven. Het is fantastisch om er altijd opnieuw voor anderen te kunnen zijn. Ik heb bij VeBeS veel vrienden gemaakt. Veel vrienden verloren ook, door overlijden. Dat doet pijn…

Als ik mensen tegenkom die ik ken van de reizen, vliegen we elkaar rond de nek. De waardering die je krijgt, is onbeschrijfelijk. Die glimlach, die knuffel, die arm… Met geld kunnen ze je dat niet geven. Ik zou het niet kunnen missen. Ook op de parochie is dat zo. Als ik vormelingen twee jaar later tegenkom, roepen ze naar mij: ‘Ah, Noël!’”

Je bent inderdaad ook op andere vlakken actief…

“Francine zat in de pastorale werkgroep van VeBeS Oost-Vlaanderen, maar raakte moeilijk in Gent. Zo kwam ik daar terecht. Nu ben ik bij de nationale pastorale werkgroep, in Antwerpen. Ook daar heb ik machtige mensen ontmoet.

De bedevaart naar Banneux ligt momenteel stil. We hopen allemaal dat ze terugkomt. Voor velen is dat hun enige tweejaarlijkse uitstap. Die bedevaart is duur in vervoer en vraagt veel organisatie, maar ze is zo nodig voor de mensen om hun batterijen op te laden.

Als vervanging zijn we vorig jaar naar Scherpenheuvel geweest. Dat was ook goed, maar niet te vergelijken. Zes uur tegenover drie dagen… Er waren nieuwe mensen bij en toen we hen over Banneux vertelden, kregen zij daar ook direct veel zin in.

Ik leef voor die dingen, al van toen ik bij de Chiro was. Hier op de parochie ben ik koster, pastoraal medewerker en katechist. Een opleiding als diaken heb ik niet met succes kunnen afronden, maar ik werd er wel door gesterkt. Mijn zondag begint om halfnegen in de kerk en ik ben pas om halfeen thuis. Na de viering ga ik naar de zieken om een babbeltje te doen en de communie te geven. Voor sommigen is dat het enige wat ze krijgen op een hele week.

Ook met mijn handen ben ik veel bezig. Ik heb vijf kinderen, vier zijn aan het verbouwen… Nu hebben ze mij drie dagen neergelegd, omdat mijn rug geblokkeerd was. Vandaag probeer ik me weer gewoon te bewegen en dat lukt tot nu toe.”

Heb je nog dromen, verlangens?

“Ik hoop dat ik dit werk nog jaren mag doen. De Oostenrijkse bergen ingaan, stil worden, mensen dingen laten zien, vertellen tijdens een tandemtocht… Als ik met een blinde persoon vertrek, stel ik altijd eerst wat vragen: wat zie je nog, hoor en ruik je goed? Dan weet je al veel en kun je starten. Je moet met die mensen leven. Ik help bijvoorbeeld ook een meisje met een meervoudige handicap. Zodra iemand mijn naam uitspreekt, roept zij op mij. Dit jaar moesten we met twee zijn om haar uit haar rolstoel te halen. Geen probleem, we doen het!

Op kerstavond werd ik er 69. Vandaar dat ik Noël heet… Voor het eerst begin ik te ervaren dat ik mij soms moet geven voor de jonge gasten. Maar alleen als het op arbeid aankomt, hé!”

Is er opvolging bij de vrijwilligers?

“Weinig. Als er jonge krachten meegaan, nemen zij zelf te veel vakantie. Het is de persoon die je begeleidt die op vakantie is. Ik weet niet hoe we jonge mensen kunnen motiveren. En niet iedereen kan zich vrijmaken, want sommige vakanties vallen in het schooljaar. Naar zee kon ik vroeger ook niet mee. Aan het einde van mijn loopbaan ben ik zeven keer geopereerd aan mijn mond. Ik kon niet lesgeven, maar wel begeleiden. Zo werd ik nog actiever als vrijwilliger.”

Geef je ons nog een stukje levenswijsheid mee?

“Blijf wie je bent. En kijk altijd vooruit, niet achteruit. Kop omhoog als het niet goed gaat. Er is altijd iemand. Ik heb ook veel steun aan Onze-Lieve-Vrouw.

Geef je in je vrijwilligerswerk en in alles wat je doet. Overdrijf niet: doe gewoon, spontaan.

Staar je ook niet blind op het geweld in de maatschappij. We zijn allemaal met hetzelfde bezig, ondanks de verschillende godsdiensten. We moeten elkaar broederlijk de hand kunnen geven.”

De gsm van Noël rinkelt. Het is de firma die alle blusapparaten van de kerk controleert. “Over een halfuur zal de onderhoudsman ter plaatse zijn!” Tijd voor Noël om zich klaar te maken. “Zo gaat dat altijd”, zegt hij. “Ik heb nooit gedaan.”

 

Bedankt, Noël – voor dit interview, maar ook voor je niet te schatten inzet. Je bent een buitengewoon mens en een voorbeeld voor ons allen. Het ga je goed, in al wat je onderneemt!

(Interview: Jan Dewitte)

Help Blindenzorg Licht en Liefde helpen. Ons rekeningnummer voor giften is BE93 7370 3703 7067. U kunt ook online schenken. Heel veel dank!

Onze Sponsors
BARCO helpt Blindenzort Licht en Liefde Beslist.be solden.be
LICHT EN LIEFDE Oudenburgweg 40, 8490 VARSENARE +32 (0)50 40 60 50 E-MAIL: INFO@LICHTENLIEFDE.BE